Vrouwen langs de limes

Van moeders tot echtgenotes, van rijke villabewoonsters tot arme boerinnen: vrouwen speelden een belangrijke rol in de Romeinse samenleving, ook langs de limes. Vaak blijven ze echter onderbelicht. Ten onrechte: de geschiedenis van Nederland in de Romeinse tijd is de geschiedenis van mannen én vrouwen. Vandaar dat de komende Nationale Romeinenweek (4 t/m 12 mei) het thema Waar zijn de vrouwen? heeft.  

Portrettengalerij 

Op de website van de Romeinenweek is al een hele galerij met korte portretjes van vrouwen uit de Romeinse tijd samengebracht. En daar zijn ook diverse vrouwen bij die een band hebben met de limes. Bijvoorbeeld Mucronia Marcia en Rufia Materna. Lange tijd was een bijzondere altaarsteen ingemetseld in de Antonius van Paduakerk in Millingen aan de Rijn. In 1837 verkocht de toenmalige pastoor de steen aan het Rijksmuseum van Oudheden. De altaarsteen is opgericht door Mucronia Marcia voor haar overleden dochter, Rufia Materna. En passant noemt ze ook haar overleden man en zoon, beiden Rufius Similis geheten. Vanwege de tekst ging men er van uit dat Rufia Materna een Germaanse priesteres moet zijn geweest, maar dat is inmiddels op goede gronden weerlegd door Emily Hemelrijk. In het Romeinenweek Magazine zal professor Hemelrijk toelichten waarom zij een andere interpretatie heeft. Hoe dan ook markeert de steen een tragische gebeurtenis in een welgestelde familie aan de rand van het Romeinse rijk. De steen is te zien in het Rijksmuseum van Oudheden, Leiden. In Millingen staat aan de Heerbaan een replica.  

Vrijgelatene Fledimella 

Een andere vrouw waarover we wat meer weten is Fledimella. Bij de aanleg van Fort Vechten in 1869 kwam een grafsteen tevoorschijn, opgericht voor Salvia Fledimella. Uit de inscriptie blijkt dat Fledimella een slavin was van Germaanse afkomst, maar vrijgelaten door haar patroon Sextius Salvius en opgenomen in diens familie. De verzorgde steen en respectvolle inscriptie duiden op een speciale, liefdevolle band. Wat de grafsteen verder bijzonder maakt is de vroege datering, vóór het jaar 40. Onder de tekst stond ooit een reliëf, maar die is nogal bruusk weggebeiteld. Bij de grafsteen vond men een (waarschijnlijk vrouwelijke) schedel, die later verloren is gegaan. Jammer, want daarmee had ook Fledimella een gezicht kunnen krijgen. Ook deze steen bevindt zich in het Rijksmuseum van Oudheden. In Fort Vechten wordt bovendien ook aandacht besteedt aan Fledimella. 

Germaanse Gera 

Een laatste voorbeeld van een limes lady vinden we in Voorburg. In 1828 stuitte de grondlegger van de moderne archeologie, Caspar Reuvens, in de stad Forum Hadriani (Voorburg) op een vrouwengraf. Hij vond een half skelet van een meisje van 19-20 jaar met enkele fibula’s als grafgift. Om haar hals droeg ze een kettinkje en om haar pols een dubbele bronzen armband. Op basis van haar schedelvorm gaat men er van uit dat ze van Germaanse komaf is. Ze leefde in de tweede of derde eeuw. Archeologen noemen haar Gera. Gelukkig maakte Reuvens afgietsels van het skelet, want de botten zijn inmiddels verdwenen. Op basis van de afgietsels kon men het hoofd van Gera reconstrueren. In Museum Swaensteyn vind je het afgietsel van de botten, en is ook de reconstructie van haar hoofd te zien.  

De teksten over deze Romeinse vrouwen zijn samengesteld door Paul van der Heijden. Meer Romeinse vrouwen tref je in een groeiende galerij portretten op www.romeinen.nu.