De status van de limes aan de hand van een muntschat

Beeld het je jezelf eens in: over zo’n 1500 jaar ontdekt iemand plots enkele dubbeltjes, kwartjes en rijksdaalders. Na onderzoek blijkt het een unieke vondst te zijn. Ze vertelt de toekomstige inwoners van ons land meer over Nederland ten tijde van koningin Beatrix, de laatste Nederlandse monarch die op de gulden is afgebeeld. Het einde van een tijdperk…
Door Jurian ter Horst

Onlangs hebben archeologen van de Vrije Universiteit de ontdekking van de “jongste” Romeinse muntenschat van Nederland en aangrenzende regio’s bekendgemaakt. De verzameling gouden munten bestrijkt een lange tijdsperiode tussen 375 en 457 en is vermoedelijk kort na 460 als eenheid in het Gelderse Lienden begraven. Wat kan deze fantastische vondst ons vertellen over de status van de limes in het Nedergermaanse gebied kort voor het einde van het West-Romeinse Rijk (286-476)?

De macht wordt verdeeld
Aan het begin van de vijfde eeuw bedreigden de Visigoten (een Germaanse stam) vanuit de Balkan het centrum van het West-Romeinse Rijk.

Hierop werd besloten om Romeinse troepen uit West-Europa naar Noord-Italië te verplaatsen, zodat zij het gebied konden beschermen. Als gevolg hiervan liepen de nederzettingen in het Nederrijnse gebied leeg of werden overgenomen door voornamelijk Germanen, in dit geval de Franken. In de loop der jaren hadden talloze Germaanse stammen zich immers in het rijk gevestigd om in ruil voor betaling militaire steun te verlenen tegen dreigend gevaar van buitenaf. Het was overigens niet zo dat álle garnizoenen waren vertrokken en er geen sprake meer was van een Romeins gezag. In Nijmegen en Xanten bijvoorbeeld, bleef men loyaal aan de Romeinse keizer.

Tegelijkertijd stelden lokale heersers zich in toenemende mate onafhankelijk op, omdat zij de nederzettingen als eigen bezit gingen beschouwen. Daarnaast zorgde nieuwe wetgeving vanuit Rome ervoor dat boeren steeds meer aan hun land verbonden bleven. Bovendien dienden landbouwers hun belasting en een deel van de oogst direct aan een lokale officier van het rijk af te staan. Hoewel lokale, veelal militaire leiders nog steeds onder het gezag van de Romeinse keizer stonden, namen ze gedurende de vijfde eeuw steeds meer de macht in handen in West-Europa. De limes, voorheen vol van nederzettingen en interregionale handel, viel langzaam uit elkaar.

De muntenschat en de limes
Voor hun militaire steun rondom de Rijn beloonden de Romeinse keizers vanaf de late vierde eeuw de Frankische leiders bij uitstek met gouden munten. Het geld werd vervolgens weer onder de Frankische troepen verspreid. De muntenvondst in Lienden staat hier vermoedelijk mee in verband. 

Het begraven van munten duidt op de wens om deze later nog eens te kunnen gebruiken. Het lijkt erop dat de eigenaar van de muntenschat uit Lienden in ieder geval vertrouwen had in het omloop blijven van het Romeinse goed. Veel belangrijker is echter dat de vondst een bewijs is van pogingen vanuit Rome om met behulp van Frankische stammen het westelijke deel van het rijk te beschermen. Ook toen het West-Romeinse Rijk langzaam uiteenviel en het einde van een tijdperk dichterbij kwam, was de limes in het Nedergermaanse gebied nog wel degelijk van belang voor Rome