Nederland in de Romeinse tijd

 

Met de aanleg van de Limes begint een lange periode van Romeinse overheersing in het zuiden van het huidige Nederland. De komst van die vreemde machthebber met zijn eigen gewoonten en gebruiken betekent een flinke cultuurschok voor de oorspronkelijke bewoners: Germaanse stammen in het noorden en Bataven en Cananafaten in het midden en zuiden van Nederland. De Romeinen introduceren onder meer geschreven taal en rechtspraak. Ook ontstaan er voor het eerst steden in deze regio. Na verloop van tijd nemen de inheemse stammen steeds meer aspecten van die nieuwe cultuur over.

Bataven

Maar er is ook verzet. Al in 69 na Christus komen de Bataven onder leiding van Julius Civilis in opstand en gaan alle forten aan de Rijn in vlammen op. Directe aanleiding is de wrede manier waarop de Romeinen de Bataven ronselen voor het leger, maar de onvrede zit dieper. De Bataven vrezen hun identiteit te verliezen, doordat zij in een Romeins keurslijf worden gedwongen.

De Bataven houden een jaar stand, totdat keizer Vespasianus verschillende legioenen op de opstandelingen afstuurt. Tegen een dergelijke overmacht kan Civilis niet op. Hij geeft zich over, maar onduidelijk is wat er vervolgens met hem gebeurt. In elk geval geven de Romeinen vanaf dat moment de Bataven meer beweegruimte en herstellen oude voorrechten. Tegelijkertijd restaureren zij de forten aan de Limes, bouwen nieuwe en legeren in Nijmegen het tiende legioen.

Dorpen en steden

Na de overgave van Civilis en het herstel van de Romeinse macht breekt een lange periode van relatieve rust aan. In die tijd floreert de economie. Zo zorgt de aanwezigheid van het leger voor veel vraag naar voedsel en materialen. Tegelijkertijd introduceren de Romeinen oogstmachines, grotere runderrassen en nieuwe gewassen zoals broodtarwe en rogge. Ook het ambachtelijke werk verandert: zo stijgt de productie van aardewerk door het gebruik van draaischijven. Als gevolg van de introductie van geld zijn goederen in heel het rijk te verhandelen, ook al blijft ruilhandel bij de inheemse bevolking populair.

Met de komst van de Romeinen ontstaan ook nederzettingen. Rondom de forten aan de Limes ontwikkelen zich al snel kampdorpen, waar winkels, werkplaatsen, herbergen en bordelen (gericht op soldaten) zijn te vinden. Ook de eerste steden, waaronder Ulpia Noviomagus (Nijmegen) en Forum Hadriani (Voorburg), bevinden zich niet ver van de grens. Een typische stad uit die tijd kent twee hoofdstraten die het terrein in vier rechthoeken verdelen. Op het snijpunt van die straten ligt de marktplaats, met daarnaast de belangrijkste tempel. Veel steden kennen verder één of meer bestuurlijke gebouwen, theaters, badhuizen en openbare toiletten.

Het dagelijks leven biedt de Romeinse soldaten en inwoners van de kampdorpen en steden een breed scala aan vermaak. Voor stedelingen is een bezoek aan het badhuis vaak een vast onderdeel van de dag. Hier is het niet alleen mogelijk om uitgebreid te baden, maar ook om te vergaderen, sporten en luisteren naar voordrachten. Andere vormen van vermaak zijn openbare spelen zoals gladiatorengevechten, theatervoorstellingen en spelletjes die thuis kunnen worden gespeeld.

Crisis

In de loop van de derde eeuw na Christus raakt het Romeinse rijk in een crisis verzeild. Die periode wordt gekenmerkt door burgeroorlogen en de snelle opeenvolging van een groot aantal keizers. Als gevolg daarvan worden de buitengrenzen steeds zwakker, iets waar Germaanse stammen ten noorden van de Rijn dankbaar gebruik van maken. Hoewel aan het einde van de eeuw de rust enigszins weerkeert, zullen de Romeinen er nooit meer in slagen hun militaire voorsprong te herwinnen. Kort na de eeuwwisseling breken de Germanen definitief door de Limes, waarna de Romeinen de Lage Landen verlaten.

De vredesonderhandelingen tussen Claudius Civilis en Quintus Petillius Cerealis op de afgebroken brug, Ferdinand Bol, 1658 – 1662 Rijksmuseum, Amsterdam

Mozaïek Villa Borghese, 320 n. Chr.