Romeinenweek

100% Romeins

De noordgrens van het Romeinse Rijk, de Limes, liep dan wel dwars door het huidige Nederland, het was geen harde grens. Er was interactie over en weer, zo blijkt wel uit Romeinse voorwerpen die teruggevonden zijn in Friesland. Ten zuiden van de Limes stonden ‘Romeinen’ en ‘inheemsen’ dagelijks met elkaar in contact. Er woonden verschillende stammen in de Lage Landen, waarvan de Bataven (in de Betuwe) en de Cananefaten (in West-Nederland) de bekendste zijn. Deze stammen deelden een Keltische achtergrond, maar hadden daarnaast ook ieder hun eigen gebruiken en tradities. De ‘Romeinen’ in de Lage Landen vormden al net zo’n gemengde groep. Naast mediterrane legionairs waren er verschillende hulptroepen langs de Limes gelegerd, onder andere uit Spanje en Thracië. Ook waren er geregeld Germaanse en Gallische handelaren in onze streken te vinden.  

Villa’s en vissaus
De Romeinse staat heeft nooit geprobeerd om iedereen ‘Romeins’ te maken. Men moest weliswaar trouw zweren aan de keizer en belasting betalen, maar het overnemen van Romeinse cultuur was niet verplicht. In het dagelijks leven bestonden heel wat culturen en identiteiten naast elkaar. Aan het front knoopten legionairs en hulptroepen relaties aan met inheemse vrouwen. Op de marktplaats kon je behalve lokale goederen ook Romeinse producten zoals vissaus kopen. In het achterland begon de lokale elite met de bouw van riante villa’s in Romeinse stijl, rijkelijk gedecoreerd en soms zelfs met privébadhuizen. In heiligdommen werden lokale goden aan Romeinse tegenhangers gekoppeld, zoals Hercules Magusanus of Mercurius Avernus. En bij het overlijden kozen sommigen voor een Romeins graf, terwijl anderen volgens inheemse tradities werden begraven (maar wel met Romeins aardewerk).  

Bekering
Vanaf de vierde eeuw mochten steeds meer Germaanse stammen zich vestigen ten zuiden van de Limes, in ruil voor het leveren van troepen aan het Romeinse leger. Door het langzaam afbrokkelen van het West-Romeinse Rijk kregen de Franken steeds meer macht in onze streken. Kledij, gebruiksvoorwerpen en tradities veranderen mee met de nieuwe gezaghebbers, ook al bleven heel wat elementen van de Romeinse cultuur bewaard. Zoals het christendom, dat vanaf de late vierde eeuw gold als de staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk. Met steun van de Romeinse keizers kon de religie zich over een groot deel van het Rijk verspreiden. In de Lage Landen begonnen Maternus van Keulen en Servatius van Tongeren met het bekeren van de ‘heidenen’.  

Échte Romeinen? Een arme Bataafse boer had een heel andere kijk op de wereld dan een rijke Bataafse inwoner van Noviomagus of een Bataafse lijfwacht in Rome. En een Frankisch christen uit de vijfde eeuw zou zich maar moeilijk kunnen herkennen in zijn ‘Romeinse’ voorouders die offers brachten aan Hercules of Mercurius. Identiteit bestond in Romeins Nederland – net als nu – uit een mengelmoes van opvattingen en gebruiken, die met de tijd mee veranderden. Iedereen was een beetje ‘Romeins’!

Tot in de Romeinenweek!

Meer informatie op romeinenweek.nl.