Leiden (Matilo)

In 47 na Christus geeft de Romeinse veldheer Corbulo zijn manschappen opdracht achter de Zuid-Hollandse duinen een kanaal te graven. Zo ontstaat een verbindingsroute tussen de Rijn en de Maas, en wordt het stamgebied van de Cananefaten ontsloten. Het is mogelijk in deze periode dat bij het huidige Leiden een eenvoudige legerplaats wordt aangelegd, fort Matilo. Helaas is uit deze beginfase weinig bekend, te meer daar het fort tijdens de Bataafse opstand van 69 na Christus al wordt vernietigd.

Meteen nadat de revolte is neergeslagen, beginnen de Romeinen met het versterken van de noordgrens van hun rijk. Overal langs de Rijn worden castella aangelegd, die een nieuwe aanval moeten kunnen weerstaan. Zo ook in Leiden. Precies op de plek waar het Corbulokanaal uitmondt in de Rijn verrijst aan het einde van de eerste eeuw een nieuw Matilo, dat in verschillende gedaanten zo’n tweehonderd jaar zal dienstdoen als verdedigingswerk. 

Aanvankelijk wordt het fort opgetrokken uit hout, maar vroeg in de tweede eeuw heeft een herbouw in steen plaats. Het vernieuwde fort biedt plaats aan maximaal achthonderd hulptroepen, waaronder het vijftiende cohors voluntariorum. Deze eenheid bestaat uit vrijwilligers in bezit van het Romeins staatsburgerschap. Onder hen, zo blijkt uit archeologische vondsten, bevinden zich veel specialisten zoals leer- en metaalbewerkers, dakpannenmakers en bouwploegen.  

Net als op andere plaatsen langs de Limes ontstaat rondom het castellum een kampdorp, of vicus. Hier kunnen de soldaten en hun gezinnen terecht voor hun dagelijkse benodigdheden, inclusief vertier. De vicus van Matilo bestaat uit huizen, winkels, herbergen, een theater en waarschijnlijk ook een badhuis. Omdat het dorp ook toegankelijk is voor de lokale bevolking, heeft er een uitwisseling van culturen en daarmee wederzijdse beïnvloeding plaats.

Aan het einde van de derde eeuw verliest het castellum zijn functie. De Romeinen zijn dan niet langer in staat de Limes te verdedigen en verlaten veel van de forten langs de Rijn. Uit archeologisch onderzoek blijkt dat er in die periode nog maar weinig activiteiten plaatshebben op de plek waar het eens een drukte van belang moet zijn geweest. Zoals elders wordt het fort na het ineenstorten van het Romeinse rijk gebruikt als steengroeve voor de bouw van wegen, huizen, kerken en kastelen.

In de Leidse woonwijk Roomburg ligt archeologisch park Matilo. Het park ligt op de plek waar het Romeinse castellum Matilo lag en waarvan de resten nog in de bodem liggen. In het park kun je zien hoe groot een castellum eigenlijk is. De omtrek is zichtbaar gemaakt door een groene grondwal. Ook de zes wachttorens laten je zien hoe imposant een Romeins fort eruitzag. Een wandelroute met informatiepanelen door het park vertelt je meer over de geschiedenis van dit stukje Romeinse Limes. In het park worden Romeinse groenten geteeld, zijn verschillende Romeinse speelplekken ingericht, er is een Kids Archeoclub en er worden archeologielessen door Jeugdgroep Archeologie Roomburg gegeven.

Op de plek waar Matilo lag is een indrukwekkend bronzen ruitermasker gevonden. Dit ruitermasker is, naast allerlei andere vondsten die in Nederland langs de Limes zijn gevonden, zoals helmen, zwaarden en schildknoppen, vlakbij te zien in het Rijksmuseum van Oudheden.